Geplaatst met toestemming van de toemalige auteurs.
Niet alle artikelen zijn hier te vinden. Enkele bladzijden zijn niet geplaatst of op een andere manier verwerkt.
Deel 1 (ongeveer pag 1 t/m 22)
Pagina 1
Lang leve onze St. Janschool
Van 10 tot en met 15 mei wordt het vijftigjarig jubileum van onze school gevierd.
Afgaande op het gezegde "wie de jeugd heeft, heeft de toekomst" is er reden te over voor dit jubileum.
Al die vijftig jaar door hebben immers kinderstemmen de boventoon gevoerd in en buiten de klassen. Lerend en spelend
zijn daar honderden kinderen een stuk gegroeid naar hun volwassenheid en onwillekeurig zullen velen bij de jubileum viering met dankbaarheid en plezier aan die jeugdjaren terugdenken
Natuurlijk zijn er in de afgelopen vijftig jaar vele dingen gebeurd, welke de moeite van het herinneren meer dan waard zijn. Daarom is deze feestgids samengesteld, waarin op velerlei wijzen oude herinneringen zijn vastgelegd.
Op voorhand moeten we daarbij stellen dat niet alle periodes volledig konden worden uitgediept. Er ontbreken een aantal gegevens en ook legde plaatsgebrek beperkingen op.
Niettemin hoopt het feestcomité met deze gids een bijdrage voor de terechte feestvreugde te leveren.
Bij de veranderingen in de laatste jaren speelt de sterke vermindering van het aantal leerlingen in toenemende mate een rol.
Toch hopen wij dat onze St. Janschool nog tot in lengte van jaren voor vele kinderen een goed toevluchtsoord mag zijn. Tegen deze achtergrond geldt dan ook onze vurige wens:
Lang leve onze St. Janschool!
Namens de feestcommissie,
M.A.A. ter Horst.
Pagina 4
Feest voor de St. Janners
U allen, beste feestvierders van de St. Jan, van harte gefeliciteerd met het gouden jubileum. En nog vele, vele jaren voegt men daar gewoonlijk aan toe. Voor een voorzitter die zich het dunne draadje, waaraan de St. Janschool een tijdje bungelde, nog levendig herinnert, een wat ondoordachte toevoeging misschien. Maar hij herinnert zich ook nog het staaltje van medezeggenschap, destijds inspraak genaamd, die van het draadje weer een redelijk dik touw maakte. Om de nek van een ander, zullen sommigen zeggen; maar kom, zo is 't leven en de argumenten waren kennelijk goed. Hoelang we het zo zullen redden? God zal 't weten, zeggen wij, en zó is het precies!
Vandaag is het feest en terecht. In 50 jaar kun je heel wat mee maken, goed dat ze in 1930 niet alles wisten, maar de St. Janschool staat nog stevig overeind. Als gebouw met zelfs onder anderen 'n opgeknapte jas en zeker ook als "onderwijswerkplaats", waaraan niet alleen zeer velen goede herinneringen hebben, maar ook erg veel te danken.
Moge de St. Janschool op de bekende gedegen wijze en in Godsvertrouwen, dus onbekommerd, verder gaan met het onderwijzen, dit is: wijzer maken van kinderen uit katholieke gezinnen, zolang daarom gevraagd wordt. Het bestuur zal de schoolgemeenschap, in medezeggenschap, daarin naar vermogen steunen. De tweelingbroer moge dan zijn verscheiden, tegen het bevoegd gezag aanleunen kan ook zo zijn voordelen hebben. Mijnheer Beerends en uw team, ouders en kinderen, het bestuur deelt uw vreugde bij dit feestelijk jubileum, het feliciteert u nogmaals, én zichzelf.
P.H .F. Bakels, voorzitter Dr. Schaepmanstichting.
Pagina 5
Van parochieschool naar . . .
In bouwstijl komt de St. Janschool duidelijk overeen met de O.L. Vrouwekerk.
Je ziet hetzelfde rode dak met dezelfde dakkapelletjes als bij de kerk.
En tot voor kort lagen in de gangen van de school dezelfde rode en zwarte tegeltjes als in de kerk.
Zo ging dat, vijftig jaar geleden. Kerk en school hoorden toen vanzelfsprekend bij elkaar: ze hadden één en hetzelfde bestuur en het hoofd van de school was ook dirigent van het kerkkoor. Maar ook in de zielzorg en het hele kerkelijke leven waren school en parochie één geheel. Het begon al 's morgens vroeg met de schoolmis, elke dag. Het kerkelijke jaar werd even intens op school beleefd als in de kerk.
In de loop van de afgelopen jaren is daar een grote verandering in gekomen. De school kreeg een eigen bestuur en werd eigenstandig met een eigen verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de kinderen. Toch is, gelukkig, de band met de Onze Lieve Vrouwekerk gebleven.
Er is een bijzonder prettige samenwerking met het team van de school en met de oudervereniging. In de katechese en bij bijzondere gelegenheden als Eerste Communie, Vormsel en feestdagen, werkt de school erg goed samen met de parochie. Al hebben dan de tegeltjes in de gang plaats moeten maken voor een eigentijdse vloerbedekking, de goede verstandhouding en verbondenheid met de parochie ijs gebleven! Waar gaat het in de toekomst heen, met onze kerk en met onze school? Achter beide moeten we een groot vraagteken stellen. Maar ondanks de onzekere toekomst, wil ik graag de school (en ook de kerk!) nog een lange en heel goede toekomst toewensen, waarin nog vele kinderen een blijde tijd op school mogen beleven. Moge Gods Zegen daartoe met ons allemaal zijn.
Pastor J.H. van Hal.
Pagina 6
Een gouden jubileum
De St. Janschool 50 jaar. Wanneer een school zo lang bestaat, wordt er feest gevierd. Herinneringen worden opgehaald; er wordt een jubileumboek gemaakt. Bijeenkomsten worden georganiseerd. Kortom: veel mensen raken in beweging.
Het gebouw, de school, heeft een respectabel aantal dienstjaren erop zitten.
Duizenden kindervoeten zijn in de loop der jaren de trappen op- en afgegaan.
Kinderen kwamen en kinderen gingen; leerkrachten kwamen en leerkrachten gingen. Veel vreugde, veel verdriet, veel spanning en veel energie is er door de gangen gegaan. In deze dagen komt dat alles, in flarden, hier en daar weer boven drijven.
Ieder, die met de school te maken heeft gehad, heeft zo zijn eigen herinneringen aan deze school, korter of langer geleden. En samen vormen al die herinneringen 50 jaar St. Janschool. Maar het zijn allemaal dingen die voorbij zijn, verleden tijd. Straks, op twee avonden in mei, komt een groot aantal van de oud-leerlingen en oud-leerkrachten bij elkaar. Ze zien elkaar weer terug. Wat geweest is komt dan weer even tot leven.
Al een reden genoeg om een feest te vieren.
Maar naast die twee avonden is er natuurlijk ook feest voor de huidige leerlingen van de school.
Ook is er, bij zo'n feest, een blik in de toekomst, want de school is er nog en we moeten verder.
Nieuwe oud-leerlingen en nieuwe oud-leerkrachten zullen er komen en zich voegen bij het bestaande leger Oud - St. Janners.
Maar voor hoe lang?
Zullen we met zijn allen het 60-jarig of 75-jarig jubileum nog vieren? De oude, trouwe St. Jan wankelt, want een school kan alleen maar bestaan bij de gratie van de kinderen die haar bezoeken of zullen bezoeken en dat aantal is de laatste jaren niet zo groot meer.
Ik heb de laatste dagen nogal veel foto's door mijn handen laten gaan van vroegere klassen en groepen.
't Mooiste waren wel die panoramafoto's, waar zo'n heel leger van kinderen bij elkaar staat. Daar tussen de onderwijzers en onderwijzeressen, ernstig kijkend als officieren bij hun manschappen. Je moet ze zoeken die onderwijzers, want klassen van meer dan veertig kinderen was heel normaal in de voorbije jaren.
Als je de tegenwoordige schoolfoto's ziet, hoef je de onderwijzers niet meer te zoeken, maar .... waar zijn de kinderen, vraag je jezelf wel eens af. En toch, ondanks het onzekere van de toekomst zullen we het feest van het 50-jarig bestaan graag vieren.
Want bij zo'n feest raken verleden, heden en toekomst elkaar op een bijzondere wijze, elk met haar eigen stukje St. Jan.
Ze vormen samen, als het ware een soort legpuzzel, die eens compleet zal zijn.
Dan zal het "plaatje St. Jan" af zijn. Wie legt echter het laatste stukje van die puzzel? Hopelijk duurt dat nog even.
St. Janschool! Nog vele jaren!
L.F.H. Beerends.
Pagina's 7 en 8
De oudercommissie, een noodzakelijke verbinding tussen school en ouders
Als voorzitter van de oudercommissie werd mij gevraagd een verhaal te schrijven in de feestgids in verband met het vijftigjarig bestaan van de St. Janschool. Omdat een 50-jarig bestaan een mijlpaal is en derhalve een reden om feest te vieren, dacht ik dat het dan ook een feestelijk verhaal moest worden en vandaar dat ik in de oude notulen uit de beginperiode ben gedoken om de activiteiten van de oudercommissie naar boven te halen. De oudercommissie van de St. Janschool werd op 13 mei 1971 opgericht onder leiding van de heer Collignon. De eerste vergadering werd gehouden op 27 september 1971. Op deze vergadering werd de contributie bepaald op f. 7,50.
de eerste activiteiten
In hetzelfde jaar werd het documentatiecentrum opgericht. De school werd geschilderd en met directe en indirecte steun van verschillende ouders werd een verkregen gemeenschappelijke ruimte "bewoonbaar" gemaakt. Enkele ouders vonden de sportactiviteiten van de leerlingen in dat jaar niet zo groot, gezien de hierover gestelde vraag in de oudercommissievergadering. Gelukkig kon de heer Huis in 't Veld de oudercommissie gerust stellen met de mededeling dat hij, om de sportactiviteiten te vergroten, reeds enige tijd jongens hiervoor in training had. Op een vergadering van 8 april 1974 werd besloten om een schoolkrant uit te brengen. De pioniers op dit gebied waren de heren Huis in 't Veld en Collignon. baldadigheid
In 1974 kwam ook de baldadigheid ter sprake. De politie nam in deze echter een afwachtende houding aan. Het advies van die zijde luidde: "Plaatsen jullie maar een bord "Verboden Toegang art. 461", dan kan er proces-verbaal worden opgemaakt. Daar een speelplaats van een school ingevolge een besluit van de gemeenteraad openbaar terrein is, mocht er geen bord worden geplaatst en zodoende is er ook nooit proces-verbaal opgemaakt.
Een totaal ander aspect is dat de leerlingen van de St. Janschool dorstig van nature zijn, want op de vergadering van 17 juni 1974 wilde men al stoppen met de schoolmelkverzorging, hetgeen tot op de dag van vandaag niet is gelukt.
Tot zover enkele details uit het prille verleden van de oudercommissie.
betrokkenheid van de ouders gewenst
In de loop der jaren werden de volgende activiteiten met behulp van de oudercommissie ontplooid: Uitwisseling met de H. Geistschule in Münster,
Feesten met St. Nicolaas,
Kerstmis en Carnaval,
Het maken van schoolreisjes,
Jeugddriedaagse,
Sportdag,
Wandel driedaagse,
Klaaroverdienst.
U merkt wel dat de oudercommissie nogal wat activiteiten ontplooit, doch dit kan alleen met de steun van alle ouders. De ouders moeten zich dan ook steeds meer bij de school betrokken voelen. De heer Collignon merkte in de uitnodigingsbrief aan de ouders in de zomer van 1971 terecht op dat er behoefte bestaat als ouder een regelmatiger contact te hebben met de school, want de school speelt een belangrijke rol in het leven en de opvoeding van onze kinderen voor wier vorming wij als ouders uiteindelijk de verantwoordelijkheid dragen. vernieuwingen gaan door Een halve eeuw St. Janschool.
Het is een afsluiting van een vruchtbare periode, doch tevens een nieuwe start; een begin van een periode, waarbij de ouders nog meer bij de school betrokken zullen raken dan in het verleden. In dit verband zij nu al gewezen op de medezeggensschapsraad en het schoolwerkplan, zaken waar u nog nader over wordt geïnformeerd.
Tenslotte wens ik de hoop uit te spreken dat het samenspel tussen ouders, oudercommissie en het onderwijzend personeel zo goed zal zijn dat men zegt: "Het is voor de kinderen goed toeven op de St. Janschool.
Th.A.H. Hoedemaker.
Pagina's 14 en 15
De plaats waar de St. Janschool werd gebouwd
Als we de kaart in de onderwijskrant van 1982 van de gemeente Hengelo voor ons nemen en we bekijken de situering van de R.K. scholen voor L.O., dan blijkt de St. Janschool een van de scholen te zijn die het dichst bij het centrum van Hengelo zijn gelegen.
Waar de nieuwgebouwde woonwijken rondom Hengelo veelal herbouwd zijn op cultuurgrond, die al eeuwen lang als zodanig in gebruik is geweest, is de St. Janschool gebouwd op een oeroud stuk woeste grond, bestemd voor gemeenschappelijk gebruik in de vroegere marke Klein Driene.
Dat het woeste grond was (heidegrond) blijkt uit de eerste legger van het kadaster van ± 1830. Daarin wordt als eigenaar genoemd "de marke Klein Driene,'.
Dat wil zeggen: "de gezamenlijke bewoners".
Als in het jaar 1842 de zogenaamde "veldverdeling" tot stand komt laat de toen opgemaakte "Akte van scheiding der marke Klein Driene" ons weten hoe het betreffende stuk grond werd genoemd en aan wie het door de "Commissie tot verdeling der woeste gronden in de marke Klein Driene" werd toegewezen.
In deze akte werd als eerste begunstiger genoemd "De Rooms Catholijke Kerkelijke Armenstaat" te Hengelo die als zevende perceel kreeg toegewezen: "Een perceel grond bij den Hollinkberg groot één bunder, gelegen in de sectie M, zijnde?een gedeelte van sectie nr. 597 belend ten Noorden de publieke weg (Oldenz.str.) en Hendrikus Korf; Zuid: de publieke weg (Oude Postw.); West: Gerardus Coenraad van Alphen".
En dat komt overeen met de plaats waar nu de school staat.
De naam "den Hollinkberg" duidt op een hoog gelegen deel.
Tegenwoordig is daar niets meer van te zien maar oudere mensen uit Klein Driene weten nog te vertellen dat ze vroeger nog hebben meegeholpen met het afgraven van zand van dit stuk grond dat weer werd gebruikt voor huizenbouw en dergelijke. "Zaand veur'n" zoals ze dat noemden. De naam Hollink is afkomstig van een boerderij die in deze buurtschap heeft gestaan.
Meester Borgman ook buiten de school actief Ook bij het opmaken van de bewuste akte heeft 'het onderwijs zijn dienst bewezen, zij het in de persoon van Hermannes Borgman, die als schoolonderwijzer, zie elders, deel uitmaakte van de genoemde commissie.
Bij hem thuis, op het erve Zwavert, is deze akte op 20 december 1842 getekend.
Het bewuste stuk grond was begin deze eeuw eigendom van de hotelhouder J.H. Ensink uit Hengelo, waarna het waarschijnlijk door vererving is overgegaan op L.A. de Vries,
arts te Oldenzaal.
Hij verkoopt in 1919 de grond aan de Lambertusparochie zodat het wederom een kerkelijk bezit is geworden. In het jaar 1927, toen de Onze Lieve Vrouwekerk is ingezegend, werd de grond overgedragen
aan de Onze Lieve Vrouweparochie.
Sindsdien is de grond nog éénmaal van eigenaar veranderd. Nadat de school eind 1965 was overgedragen aan de Dr. Schaepmanstichting, volgde in 1967 in de kadastrale registers de overdracht aan deze stichting. Door de bouw van de St. Janschool heeft de grond zijn oorspronkelijke bestemming behouden, namelijk het bestemd zijn voor gemeenschappelijk gebruik.
G.J. Welberg.
Pagina 16
De schoolbieb volgens alfabet
A. Aarninkhof liep langs de rekken
Boeken pakkend, tien per hand,
Hij had keus uit vele titelsVan Dik Trom
tot aan Old Shatterhand.
E. Engbersen vond ook nog gretig
Wat ie zocht, er was nog keus
"De Boerenoorlog ~1 of "Jules Verne"
Zelfs nog "Klein Duimpje en de Reus".
H. Haverkate was ook nog tevreden
Met Pietje Bell en Karel May
Al was het lievelingsboek niet aanwezig
Daar liep een eerdere "letter" mee.
K. Kuipers pakte minstens twintig boeken
Voor hij genoegen nam met 't "marktaanbod"
De één bevatte nog wel avonturen
Doch de and're ging alleen maar over God.
0. Olde Olthof had nog veel meer moeite
Velen waren hem reeds vóór
Wat nog restte was beschadigd
En zat in elk geval vol "Ezelsoor".
S. Schothuis stond met wanhoop te sorteren
Vage titels: met of zonder band
Edoch onder gemopper en gekanker
Vulde "men" ook deze hand.
W. Wennink dwaalde door de rekken
Hier en daar stond nog een rest
Doch waar niets is valt niets te halen
Dus van het allerslechtste maar het best.
Z. Zengerink hield heel verdrietig
Als laatste van het alphabet
In de ene hand het "Gerhardusklokje"
In de andere "Hoe Jozef Priester werd".
S. Strikker.
Pagina's 17 en 18
Herinneringen opgetekend uit de mond van "oud"leerlingen
naar de kerk
Regelmatig moest je `s morgens voor school naar de mis. De dunne hosties gaven wel eens problemen. Je mocht ze absoluut niet aanraken met de handen of tanden, ook niet als ze vastgekleefd zaten aan je gehemelte. Voor het biechten moest je eerst proefbiechten. Een keer per maand was er met de school verplicht biechten. Als er meer biechtvaders waren probeerde je bij pastoor Immens te biechten, want dat ging lekker snel. Uit de biechtstoel hoorde je bij tijd en wijle veel lawaai: de absolutie. In de kerk kreeg je klassikaal ook nog de Blasiuszegen (tegen keelpijn) en het askruisje. Met Allerheiligen kon je een volle aflaat verdienen door de kerk binnen te gaan om te bidden; naar buiten, weer naar binnen en zo tot negen maal toe! Veel jongeren waren ook bij het koor of misdienaar.
Je had dan het voordeel dat je bij een trouwmis onder schooltijd weg mocht.
de katechismus en andere geloofsherinneringen
1, . . . . en volgende week kennen jullie de vragen 1, 2, 5 en 7 van de katechismus uit het hoofd".
"Oei, oei, oei" dacht Gerard, terwijl hij het schoolplein afrende, "dat wordt blokken". Waartoe zijn wij op aarde? Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en hiernamaals gelukkig te zijn.
Extra vroeg was Gerard de bewuste dag uit de veren om alles nog even goed te repeteren.
Onderweg naar school dreunden hem de regels door het hoofd: "Wie is God? God is onze Vader, Die in de hemel woont". "Prima Gerard" klonk de stem van de kapelaan Van Leer tevreden, "het staat genoteerd".
schoolzwemmen of de wekelijkse wasbeurt
Lekker naar het bad. Eén keer in de week naar het gemeentelijk badhuis. De walm kwam je tegemoet bij het binnenkomen. Eenmaal uitgekleed kreeg je een klodder groene zeep.
Gevolg was, dat de zeep op de grond kwam, wat weer een prima glijbaan opleverde. Het schoonboenen was erg militairistisch geregeld.
Badmeester Peze stond op een verhoging en keek met strenge blik over alle kleedhokjes. Van uit zijn hoge positie regelde hij de watertoevoer en brulde hij zijn commando's: "Washandje pakken, zeep erbij; tenen wassen en ook ertussen!" Onderwijl stroomde het lekkere warme water over je heen.
Tot op het laatste moment, want dan draaide badmeester Peze de warmwaterkraan dicht. Als toetje kreeg je dan nog even een gulp koud water over je blote vel. Je wist niet hoe gauw je je handdoek moest pakken.
Maar in ieder geval was je weer een tijdje schoon.
de centrale verwarming en een vindingrijke stoker
Dat de St. Janschool al direct over centralè verwarming beschikte geeft blijk van een voor die tijd moderne opzet van de bouw.
Waar de ontwerpers zich geen zorgen over hadden gemaakt was dat de ketels 's morgens wel tijdig weer dienst moesten doen. Immers als de kinderen kwamen moest het warm zijn.
Voor de stoker uit die tijd was dat natuurlijk minder prettig want dat betekende dat hij ? vooral bij koud weer vroeg uit de veren moest.
De beloning ervoor was niet navenant want hij kreeg per week f. 10,??.
Dit vroege opstaan verdroot de stoker en daar hij een natuurlijke begaafdheid had voor techniek, verzon hij hier iets op.
Hij maakte met behulp van een gewone wekker een automatische regeling, zodat hij niet zo vroeg meer hoefde op te staan.
De wekker zorgde er voor dat op een door hem de avond te voren ingestelde tijd de lucht de volgende morgen tijdig door het vuur stroomde,
waardoor de school lekker warm was als de kinderen binnen kwamen. Hij kon zich zodoende 's morgens nog eens lekker omdraaien. de stunts van stoker Jannink Dat de heer Jannink, die behalve stoker ook nog fietsenmaker was, zeer inventief was moge blijken uit het feit dat hij met een door hem ontworpen "Duo"?fiets, waarbij twee personen naast elkaar op de fiets zaten,reeds in 1955 de televisie haalde.
Een andere stunt van de heer Jannink was zijn wijze van reclame maken. Tijdens de vliegertijd gaf hij de vliegerende jeugd een soort vliegtuigjes, die dan langs het vliegertouw naar boven gingen.
Boven aangekomen lieten die vliegtuigjes een serie parachutes los, waarop reclameteksten voor zijn bedrijf waren aangebracht. Zo hing de naam van zijn bedrijf boven de Noork. De jeugd zorgde er wel voor dat de parachutes bij de heer Jannink terug kwamen.
Rudi Steentjes en Jan Knippers.
Pagina 19
De huidige onderwijzers
We bestaan nu 50 jaar en willen in onderstaand artikel aandacht schenken aan de situatie van het schoolleven van nu ten opzichte van vroeger.
Voor de bel gaat gonst de school al van activiteit: klaarovers, 6e klas koffiezetters en stencillende leerkrachten. Om half negen gaat de bel en komen de kinderen met veel gedrang naar binnen. De onderwijzeres wordt bestormd met allerlei verhaaltjes van de kinderen.
Soms wordt er enige tijd voor uitgetrokken om samen over enkele actualiteiten te praten. van de le tot de 6e klas De les begint.
In de eerste klas wordt het verhaaltje van Sneeuwwitje voorgelezen en oefenen de kinderen woordjes uit dat verhaal.
Naderhand laat de juffrouw er een filmpje over zien. In de tweede helft van het jaar beginnen de kinderen met niveau lezen.
In de tweede klas nemen de kinderen hun doosje met geld op de bank en voeren daarmee enkele opdrachtjes uit.
Ze zitten in carrévorm. Daarna gaan ze werken in het dagboek van de eerste Heilige Communie, wat vanaf het begin van het jaar wordt bijgehouden.
In de derde klas wordt door de leerlingen één van de zeven verbruiksboekjes van Wiskunde actief op de bank genomen en beginnen na enige uitleg aan hun verzamelingen.
's Middags gaan ze met de bus naar het Twentebad. In de vierde klas wordt de aanstaande provincie Twente behandeld.
Topografie en gegevens als geveltekens, Twentse boerderijen en de Hengelose industrieën worden behandeld.
's Middags trekt de hele groep naar het handenarbeidlokaal om in groepen van vier met kosteloos materiaal een dier in elkaar te zetten.
In de zesde klas is het hard werken. Immers, volgend jaar moet iedereen naar het vervolgonderwijs en daarom zijn er veel toetsen (BOVO), verkeersexamen en dergelijke.
Daartegenover staan een heleboel leuke dingen, zoals jeugddriedaagse, tweemaal een uitwisseling met een school uit Münster, een musical, excursies (L.T.S., IJ.C.) en een afscheidsavond. het lesgeven is wel veranderd Pakweg de laatste twintig jaar hebben er heel wat veranderingen in het schoolleven plaats gevonden.
De verhouding leerkracht/kind is veel minder afstandelijk geworden.
Tot ver in de zestiger jaren behoorden leerkrachten nog een stropdas te dragen.
De kleding is nu vrij, zowel voor leerkracht als leerling.
Een jaar of tien geleden werden alle speelplaatsen door de gemeente aangewezen als openbare speelgelegenheden buiten de schooluren. Het gevolg daarvan was wel dat er regelmatig vernielingen worden aangebracht aan de school en dat er op de speelplaats vrij veel rommel ligt. Sinds enkele jaren wordt door het schoolteam en kleuterteam gewerkt aan het zogenaamde schoolwerkplan. Dit houdt in dat alle doelstellingen, zoals werkvormen, hulpmiddelen en leeractiviteiten van elk vakgebied nader worden bekeken. Het doel daarvan is om kleuter- en lagere school beter op elkaar te laten aansluiten en hetzelfde geldt ook voor de klassen onderling.
De nieuwe school heet dan basisschool en bevat dan leerlingen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar.
hulpmiddelen
In 1950 werd op deze school voor het eerst een diaserie vertoond. Tegenwoordig beschikken we voor zowel onderwijzers als leerlingen over een aantal van ongeveer 400 diaseries. Verder wordt er nu regelmatig gebruik gemaakt van overhead?projector, cassetterecorder, filmprojector, pick?up, radio en bovendien zal binnenkort ook de schooltelevisie voor gebruik gereed zijn. Ook het houden van feestjes wordt niet vergeten, zoals de kerstviering, paasfeest, verjaardagen, carnaval, St. Nicolaas, sportdagen, schoolreisje, enzovoort. Het was niet geheel mogelijk om aan alle facetten aandacht te schenken, maar hopelijk hebt u toch een indruk van het huidige schoolleven gekregen.
Rudi Steentjes en Jan Knippers.
Pagina 20
De patronaatszaal in de O.L.Vrouweparochie
In het kader van de feestelijke reünie van de St. Janschool aan de Oude Postweg ter gelegenheid van het vijftig?jarig bestaan van genoemde school werd mij gevraagd iets te vertellen over de "patronaatszaal".
Dat wil ik graag doen omdat deze zaal die in de latere jaren meer bekend werd onder de naam "kolderzolder" mede gefungeerd heeft als cultureel centrum en bindend element in de parochiegemeenschap van Onze Lieve Vrouw in de Noork.
waar kwam de naam weg
Reeds vóór de jeugdbeweging in de dertiger jaren furore maakte, bestond in veel parochies een zogenaamd patronaat.
Het was nog geen jeugdbeweging maar meer een bijeen brengen van jongelui (gesepareerd!) om hen van baldadigheden af te houden. Goed bedoeld, maar negatief. Toen de jeugdbeweging in diverse vormen ? met name in de dertiger jaren ? gestalte kreeg, sprak dat de jeugd wel aan, omdat de nadruk werd gelegd op activiteiten, die sterk tegemoet kwamen aan hun levenslust en dadendrang.
Graag wil ik daarom lof toezwaaien aan die mensen, die toen reeds begrip hadden voor de jeugd.
Door het projecteren van een zaal in de St. Janschool werd de gelegenheid geschapen tot het beoefenen van diverse vormen van ontspanning.
En Pastoor Immens kwam . . . . en zag dat het goed was.
Er ging vrijwel?geen uitvoering voorbij of de Pastoor zat volgens zijn gewoonte heel bescheiden achterin de zaal.
Hij genoot van het spel dat geboden werd, maar vooral deed het hem als trouwe herder van de Onze Lieve Vrouwe Parochie goed, de onderlinge samenwerking en de saamhorigheid van zijn parochianen te ervaren.
herinneringen
Voor mij is het een voordeel dat ik dit jaar de 65?jarige leeftijd hoop te bereiken.
Oudere mensen hebben de mogelijkheid verder in het verleden te kunnen terugblikken dan jongeren en omdat ik op ± 13?jarige leeftijd reeds lid was van de jeugdgroep "Sobriëtas" met haar nevenactiviteiten figuurzaagclub en wandel groepen (Kring Twente Tochten) en mondorgelclub, kwam ik vanzelf in contact met de ruime patronaatszaal waar een goed gebruik van werd gemaakt.
Oude Groen, Sibum en Bertelink tilden Sobriëtas van de grond en vooral de laatste heeft enorm veel werk voor de jeugdbeweging verricht.
Verder maakten ook de volgende verenigingen en organisaties gebruik van de zaal, zoals Katholieke Jeugd Centrale (K.J.C.), De Jonge Wacht, De Jonge Werkman (J.W.) de toneelgroep De Gildebroeders, de voetbalvereniging Blauw Wit en de meisjesorganisaties K.J.M. en K.J.V., alsmede de Katholieke Vrouwengemeenschap.
Bij de Gildebroeders waren de namen van Konings, Joh.Pol, en Elschot een begrip in de Noork en ver daarbuiten.
Bij de Jonge Werkman, die meestal vergaderde in het kamertje (± 15 personen) dicht bij de grote zaal kwam het initiatief tot het oprichten van de Sint Nico laasactie reeds jaren voor de tweede wereldoorlog. De eerste groep, die als goed heiligman en knechten in actie kwam bestond uit de heren Prinsen, E. Berns en F. Snijders.
In de eerste jaren, maar ook later nog was de school vaak opslagplaats van goederen die bij de minder gegoede gezinnen terecht moesten komen.
Het kleine kamertje werd ook gebruikt als kleedkamertje en grimeerruimte.
stukjes historie
Op een avond, toen ik als St. Nicolaas met mijn trouwe Pieten onderweg was in ons vervoermiddel, zagen we door het raampje een Sinterklaas oversteken. Door de wind en door zijn snelheid woei zijn mantel (een oud kazuifel met een groot kruis erop) demonstratief achter hem aan. Kennelijk werd hij door een paar grote jongens met boze bedoelingen achterna gezeten. Later hoorden wij dat het Steffie was geweest.
Het ergste moest voor hem nog komen.
Hij had zich - naar men later vertelde - ook in de grimeerkamer aangekleed. Dat was heel normaal. Minder normaal was dat hij zijn attributen minder goed voor elkaar had dan de andere St. Nicolaas met zijn knechten. Bij gebrek aan beter had hij zijn baard met houtlijm laten vastlijmen.
Toen hij van zijn escapade terugkwam betrad hij het kamertje om zich af te sminken.
Daarbij kwam hij te dicht bij een brandende kaars, die gebruikt werd om de Pieten te zwarten, zodat zijn prachtige witte baard vlam vatte.
Door de snelheid van één van de aanwezige jongens, die hem de baard afrukte, bleef hij voor ernstige brandwonden gespaard.
Maar wel werden hem een paar vellen van zijn gezicht getrokken.
toneel
Speelden de Gildebroeders van Onze Lieve Vrouw op een professionele wijze toneel, ook bij de Jonge Werkman werd toneel gespeeld en hoe!
Wie van mijn leeftijd of ouder herinnert zich niet "Moeders Geloof", waarin een doorsnee Katholiek arbeidersgezin ten tonele werd gevoerd.
In de sobere huiskamer brandde het rode Godslampje onder het H. Hartbeeld. En daaronder hing een wit gehaakt kleedje met de spreuk: "Geef ons de Vrede".
Henk Raaimakers speelde de vurige communist (kameraad van de huisvader) en zei: "Je kunt beter erop zetten: "Geef ons te vreten"". Hij heeft het geweten.
Deze en dergelijke uitspraken waren er de oorzaak van dat de halve Noork hem met de nek niet meer wilde aankijken, zo levensecht speelde Henk.
Men schreeuwde hem op straat zelfs na: "Lelijke communist!" Tot grote hilariteit werd later ook nog in de patronaatszaal opgevoerd de klucht: "Samson en Moot doen aan boksen".
Pagina 22
bij een afscheid
Als er een kapelaan (een uitgestorven ras) verplaatst werd naar een andere parochie of weggepromoveerd werd naar een pastoorsplaats om benoemd te worden tot kleine zelfstandige, had veelal een afscheidsbijeenkomst plaats in de grote zaal, zoals men de patronaatszaal in de wandeling noemde.
Toen de eerste kapelaan (Weller z.g.) werd overgeplaatst was de zaal tot aan de nok gevuld.
Iedereen mocht dat superslanke kapelaantje met zijn heiligenkopje wel, die onder anderenzoveel had gedaan voor Blauw Wit.
Het was dan ook geen wonder dat de spreker zijn rede begon met de onsterfelijke woorden "Als 'n donderslag bij heldere hemel ging plotseling het bericht door de parochie in de Noork: Oens kappelaantje geet vot, en daor bint wi'j kapot van".
In de grote zaal heeft ook eens een heroïsch gevecht plaats gevonden tussen twee sinterklazen, waarbij de mijter over de ogen zakte en de andere Sint (Elschot) een klap op de mooi ingelegde houten kroon van zijn staf kreeg, zodat dit mooie ding in vele stukken door de zaal vloog.
Getuigen waren destijds mijn Pieten en een vijftigtal meisjes van de K.J.M.. Ze hebben die avond wel gelachten. Voor ik er als St. Nicolaas kwam, was Bennie Nijhuis reeds door de zaal gekomen, omdat er een sleutel afgebroken in het slot van de jongensschool zat. Bennie bracht het er goed af.
Hij kwam het toneel af en begroette de andere bisschop met de gedenkwaardige woorden: "Goeden avond, waarde collega". tot slot Vele malen is er vroeger in de grote zaal een gezamenlijk ontbijt geweest, nadat de betreffende vereniging eerst de Heilige Mis in de parochiekerk had bijgewoond.
Dikwijls hebben de meisjes van de K.J.V. en anderen ons dan bediend, gedachtig weTlicht de spreuk: "Je kunt beter bedienen dan bediend worden". Maar er was gezelligheid en het was er goed toeven.
H.B. Morsink.
Deel 2 (ongeveer pag 23 t/m 48)
Pagina 23
Het hek
Toen de grote schoolburcht eenmaal was verrezenEn zijn massaliteit en opzet ver in de omtrek was geprezenKwam men tot de ontdekking van het feitDat een jongen een ander mens is dan een meid.Daarom was er in dit kolossale dubbel schoolgebouwAan de ene kant de "man" gedach' t en aan de andere kant de "Vrouw".Hoewel de jeugd eigenlijk nog niet tot de jaren des onderscheids was gekomenWas het toch ontoelaatbaar dat ze zo maar bij elkander konden komen.En zo ging vooral onder aandrang van de lesgevende "conventie",Het vrouwelijk deel der schoolburcht weldra in de defensie.In tegenstelling tot de revolutiekreet van "Op de barricaden",Werden de seksen opgeborgen achter gaas en prikkeldraden.Doch zelfs dóór gaas kon men elkander nog wel hier en daar belagenZo voorkwam de leiding ook dit door ze van het hek te jagen.Het kreeg meer het karakter van een "IJzeren Gordijn"Compleet met niemandsland van één meter, hek tot lijn.Een zware controle moest er nu op toe gaan zienDat Ot niet goed zou weten hoe het nu toch zat met Sien.En wee de grote onverbeterbare jongelingDie over hek en niemandsland toch henen gingHem wachtte zo goed als zeker reeds vagevuur en helOm daar voor eeuwig te luiden de vreselijke "Hellebel".Voor al die jongemannen en die vrouwenDie eigenlijk niet durfden maar toch wel wouenWant zie, ook de begeerte is al zondigDat leerde de katechismus toch heel grondigAls die leer zeer punctueel was nagekomenWas deze reünie er allicht nooit gekomen.Want volgens jong geleerd en oud gedaanHad de school nu bijkans leeg gestaan.Gelukkig ging men na de schooltijd "achterom"En zo kwam de school toch nog natuurlijk aan de "som"Die nodig was om te blijven voortbestaanAl is 't met moeite, ondanks dat het hek is heengegaan
S. Strikker
Pagina 24
De school en de speelplaats
De gezamenlijke ingang voor de kinderen was aan de Oldenzaalsestraat.
Deze ingang splitste zich in een toegang voor de meisjes en één voor de jongensspeelplaats.
In het midden was de speelplaats door een hek gescheiden, zodat de kinderen niet bij elkaar konden komen.
In het speelkwartier werd door een leerkracht hier toezicht op gehouden.
Op de meisjesspeelplaats stond een mooi Mariakapelletje, waar in de maanden mei en oktober alle klassen er iedere morgen gingen bidden en zingen. De speelplaats was niet " zoals nu " betegeld, maar er lag een laag gruis.
Onder het speelkwartier stond er altijd een juffrouw of zuster in de gang met de E.H.B.O.?trommel, want er moesten regelmatig schaafwonden worden verbonden. de school in de oorlog In de oorlog waren er op beide speelplaatsen loopgraven aangelegd. Het was de bedoeling om bij luchtalarm hierin te gaan schuilen.
Dit werd inderdaad gedaan door de jongens. Zo niet bij de meisjesschool.
Hier werd gezegd:"Ga maar onder je bank zitten en bid maar een weesgegroetje". Niemand mocht bij luchtalarm naar huis. Als er toch ouders hun kinderen wilden ophalen, dan werden ze aan het hek afgepoeierd. In de zomer van 1944 werden de scholen door de Duitsers bezet.
De meeste lessen konden niet doorgaan.
De meisjes kregen twee keer anderhalf uur les in Café Lindeman aan de Zwavertsweg (waar nu de Raphaëlkerk staat). Later werd er les gegeven in Café Groothuis aan de Oldenzaalsestraat.
Verschillende maanden is er helemaal geen les gegeven. Na de bevrijding namen de Engelsen bezit van de school. Pas toen die eruit gingen konden de lessen worden hervat.
In die jaren werd de verwarming nog met kolen gestookt. Er was een stoker, die de kachel 's morgens, 's middags en 's avonds moest vullen.
In de oorlog gebeurde het herhaaldelijk dat de verwarming stuk was en dan hadden de kinderen een vrije dag (en ook de onderwijzers).
s morgens schoolmis Iedere morgen was er om acht uur een schoolmis.
De jongens zaten aan de rechterkant in de kerk en de meisjes aan de linkerkant.
Achter iedere klas zat dan de meester of zuster/juffrouw. Je moest het niet wagen om te praten.
De jongens presteerden het soms onder de mis hun katechismus te leren.
Rudi Steentjes en Jan Knippers.
Pagina's 26, 27 en 28
Mijmeringen van een oud - schoolhoofd
In de zomer van 1928 richtte het R.K. Kerkbestuur van de nieuwe O.L.Vrouweparochie zich in een schrijven tot het College van B.en W. te Hengelo om met ingang van september 1928 een school te mogen stichten.
Bij dit schrijven ging een lijst met de nodige handtekeningen van ouders van leerplichtige kinderen uit de parochie.
Dit alles was de aanleiding dat op 1 september 1928 de eerste school van de O.L. Vrouweparochie " de St. Janschool" van start ging.
De heer G.J.Roelofs, het eerste schoolhoofd, werd door één of meer leerkrachten geassisteerd.
Het was een school in wording. Een gebouw was er toen nog niet, zodoende werden de leerlingen ondergebracht in lokalen van de Bernardusscholen aan de Steynstraat en van het St. Antoniusgesticht aan de Marktstraat, later Burgemeester Janssenstraat genoemd.
de bouw van de St. Janschool
Onder architectuur van de heer W. te Riele uit Utrecht, die ook de kerk had gebouwd werden toen de twee scholen en de gymzaal aan de Oude Postweg gebouwd. Dat er een gymzaal bij de scholen kwam, was in die dagen een luxe,
want verreweg de meeste scholen misten die. Nadat de school reeds één jaar en vier maanden had gedraaid, kon men januari 1930 het nieuwe gebouw aan de Oude Postweg 55 in gebruik nemen.
Een jaar later ? januari 1931 ? is de andere school, de Mariaschool voor meisjes geopend.
Zuster Loyola van het St. Antoniusgesticht is hier toen als hoofd met vijf leerkrachten begonnen.
hoe het begon
Bij het begin van het nieuwe leerjaar september 1930 is ondergetekende als jong onderwijzer van 20 jaar aan de St. Janschool benoemd. Het team bestond toen uit hoofd en zes leerkrachten.
We waren een heel jong stel: de heer Roelofs was midden dertig en wij zessen waren in de leeftijd van 20 tot 25 jaar.
De school had toen nog geen 5e en 6e leerjaar. De zeven klaslokalen waren echter ten volle bezet. Er was een eerste klas jongens en een eerste klas meisjes.
Zo waren er ook twee tweede en twee derde klassen. Alleen de vierde klas was enkel. Van alle klassen, die ik in de loop der jaren aan de St. Janschool heb gehad, weet ik alleen van dit eerste jaar nog het aantal leerlingen.
Ik had namelijk in 1930 de tweede klas met 49 leerlingen en wel 43 meisjes en 6 jongens.
Daar in de andere tweede klas, bij de heer Lambert, zoveel jongens zaten dat hij ze niet allemaal kon plaatsen, kreeg ik zes jongens van hem mee.
Deze leerlingen zijn mijn oudste "oud"leerlingen en zijn momenteel 59 jaar oud of worden het voor 1 oktober aanstaande.
de meisjes verdwenen
In januari 1931 had er een grote verandering plaats. De meisjes verdwenen en gingen naar de Mariaschool. We kregen toen plotseling voor die tijd kleine klassen. Het aantal leerlingen in de nieuwe parochie nam echter snel toe zodat dit maar van betrekkelijk korte duur was.
Ook werd bij het begin van de Mariaschool de ingang van de speelplaats verlegd naar de Oldenzaalsestraat.
Aanvankelijk was de entree waar nu de oud - bakkerij van Veldhof staat. (bijschrift: nu apotheek)
Naast deze nieuwe ingang is daarna de toenmalige ambtswoning van de St. Janschool gebouwd.
de derde parochiële school
Naast deze twee scholen aan de Oude Postweg kwam in ± 1939 de derde parochiële school, namelijk de St. Janschool B.
Later is die naam omgedoopt in Roncallischool. Dit werd toen een gemengde school voor meisjes en jongens.
In de zestiger jaren zijn we met de St. Jan en Mariaschool ook vanaf het eerste leerjaar jaar voor jaar gaan "mengen".
veel leerlingen per klas
Gemiddeld 48 leerlingen per klas was in de jaren 1930 tot 1950/1960 vrij normaal.
Ik kan me nog herinneren dat ik ± 1935 een klas heb gehad van 54 leerlingen.
De jaren voor de tweede wereldoorlog " de dertiger jaren" waren de bekende of beter gezegd de beruchte crisisjaren.
De tegenwoordige tijd lijkt er een heel klein beetje op. De toenmalige minister Colijn, die in 1933 een "crisis?kabinet" vormde, zei: "Aanpassen" dat wil zeggen dat de klassen groter en de salarissen kleiner
moesten worden. Dit had tot gevolg dat van meerdere scholen één of meer leerkrachten op straat kwamen te staan.
Dit lot zou mij, als jongste en laatst benoemde leerkracht van de St. Janschool ook beschoren zijn geweest, als de school niet zo'n snelle groei had gekend.
We hadden in de crisisjaren niettegenstaande het telkens verhogen van de leerlingenschaal voldoende leerlingen.
benoeming tot hoofd
Behalve in de jaren 1955 tot 1958 ben ik gedurende mijn gehele onderwijsloopbaan aan de St. Janschool verbonden geweest.
In die jaren ben ik hoofd geweest van de St. Jozefschool in Klein Driene.
Op 1 september 1958 ben ik de heer Roelofs, die met pensioen ging, opgevolgd als hoofd van de St. Janschool.
Na hier bijna 13 jaar als hoofd te hebben gewerkt, ben ik in 1971 met vervroegd pensioen gegaan.
leerlingen netjes in de bank
De inrichting van de klas en het schoolleven op de vroegere school was wel wat anders dan tegenwoordig.
In ieder klaslokaal stonden 24 tweezitsbanken, zodat 48 leerlingen konden worden geplaatst.
Ik zie ze nog voor me: 4 rijen van 6 banken en de kinderen netjes twee aan twee naast elkaar met het gezicht naar de leerkracht.
De school was in die tijd een "leerschool" en helemaal geen "doeschool".
Een handenarbeidlokaal kende men nog niet. Het kleine beetje creativiteit, waar wat aan gedaan werd, bestond uit tweemaal per week een half uur tekenen en de meisjes hadden daarnaast een uurtje handwerken.
Iedere klas was een zelfstandige eenheid. Van teamwerk was helemaal geen sprake. Elke leerkracht had er voor te zorgen dat de leerstof in zijn klas aan het eind van het leerjaar voldoende verwerkt was en dat er zodoende aansluiting was met het volgende leerjaar.
Dit was nog het echte klassikaal onderwijs. Schoolvergaderingen zoals tegenwoordig, kende men niet.
Alleen aan het einde van het schooljaar was er een vergadering van hoofd en personeel in verband met de overgang van de leerlingen.
beleefde kinderen
De verhouding leerkracht'- leerlingen lag ook heel anders dan tegenwoordig op vele scholen.
De afstand tussen beiden was groter. De leerlingen spraken heus niet over onderwijzer Piet of Jan of iets dergelijks.
Ook was het vanzelfsprekend dat de kinderen ten opzichte van de leerkracht de beleefdheidsvorm "u" gebruikte en met twee woorden spraken.
Dit alles werkte volstrekt niet ten nadele van de goede geest in de klas.
communie, baden en sport
Daar de meeste mensen thuis nog geen bad of douche hadden, gingen we met de vier hoogste klassen
wekelijks naar het schoolbad aan de Oldenzaalsestraat. 's Zomers ging men klassikaal zwemmen in het Castor? of Weusthagbad.
De Eerste en Plechtige H. Communie waren voor de tweede en zesde klassers, ouders en familie grote feestdagen en werden terdege door priester en betrokken leerkracht voorbereid.
Andere aangename afwisselingen voor de leerlingen waren onder anderen de schoolwandelingen.
De leerkracht trok dan met de klas de natuur in. Voor de laagste drie klassen was het groot feest met Sinterklaas. V erder de Kerstviering, Koninginnedag en vooral het jaarlijkse schoolreisje niet te vergeten .
Voor de vijfde en zesde klas waren de gemeentelijke sportdagen heuglijke dagen. In 1956 werd de St. Janschool kampioen van Hengelo en veroverden ze zodoende de wisselbeker.
De eerste Jeugddriedaagse voor de zesde klassers had plaats in 1959 Tot zover een heel klein beetje geschiedenis van de vroegere St. Janschool.
Als men in die vele jaren een dagboek had bijgehouden, zou men er boekdelen over kunnen schrijven.
Ik heb altijd?prettig en met genoegen op de St. Janschool gewerkt en moet nog vaak denken aan de fijne contacten met de ouders in die tijd.
Zodoende heb ik mijn hele onderwijsloopbaan bijna op de St. Janschool doorgebracht.
Ik wil besluiten met leerkrachten, leerlingen, ouders en bestuur van harte te feliciteren met dit gouden jubileum.
Een goede en fijne toekomst!
J.B.A. Duivelshof, oud - hoofd der school.
Pagina's 29 en 30
De St. Janschool A; van 1959 tot 1963
Er waren in die tijd nog twee echte, onvervalste jongensscholen in Hengelo:
de St. Janschool A was er één van en stond toen onder leiding van de heer Jan Duivelshof.
Na mijn militaire diensttijd meldde ik me aan voor een baan als onderwijzer aan die school.
Ik bleek de enige sollicitant te zijn en de zaak was vrij snel beklonken bij de familie Duivelshof in de woonkamer.
Aan het begin van het schooljaar 1959?1960 zette ik dus mijn eerste schreden op het onderwijspad aan een school die toen nog maar 27 jaar oud was. Waar blijft de tijd . . . . . ?
goede herinneringen
Goede herinneringen bewaar ik aan mijn werktijd aan de Oude Postweg 55.
In die tijd ging je zaterdags nog naar school en de school begon 's morgens om negen uur.
Heel voorzichtig werden er stappen ondernomen om te komen tot een gemengde school.
Het hek tussen de Mariaschool (voor meisjes) en de St. Janschool kwam onder een steeds zwaardere druk te staan.
Als collega's binnen het team zette je bomen op over de vraag, wat nu eigenlijk prettiger was, een klas met uitsluitend jongens of een gemengde klas. We kwamen daar echter nooit goed uit.
Wat je nog wel eens hoorde was de opmerking: liever een klas met alleen jongens, dan een klas met uitsluitend meisjes!!!
een collegiale club
Het team op school was een collegiale club.
Bovendien heb ik al die jaren inwonende collega's meegemaakt van de St. Jozefschool en de Rafaëlschool.
Albert Haverkort startte zijn Rafaëlschool in ons schoolgebouw en kreeg heel wat wijze raadgevingen ingefluisterd door zijn collega?hoofd Jan Duivelshof. Teamvergaderingen werden er nog niet zo veel gehouden in een schooljaar. soms drie, soms vijf.
Het kon er af en toe wel eens pittig aan toe gaan en je bleef dan ook goed wakker.
Jan Duivelshof was een fijne baas. Ik herinner me de gezellige verjaardagsfeestjes bij hem thuis.
Hij was ook de man die graag en veel over de "goeie ouwe tijd" vertelde.
Bertus Krabbe was de rustige en evenwichtige collega in de vijfde klas.
Hij kon zo mooi op het bord schrijven. Johan Lindeman kon op onnavolgbare wijze de figuren van "Jan, Piet en Klaas" laten leven in zijn vierde klas. Ik had zelf de derde klas. Anny Vos (nu Sonder) was een geboren onderwijzeres en had de tweede klas.
In de eerste klas stond Mimy ter Bogt, die het elk jaar opnieuw maar weer
'presteerde om de kleuters in te wijden in de geheimen van lezen, schrijven, rekenen en taal.
geestelijke zorg
In de meeste klassen kwam elke week een priester om de katechese?les te geven.
Dat gebeurde in die tijd door de kapelaans Sloot en Van Leer en ze hanteerden daarbij de bekende methode "Op Weg".
Het was altijd heel gezellig als deze kapelaans op school kwamen, maar met de klas hielpen ze je meer "van de weg" dan "op weg"!!!
Ze bedoelden het echter uitstekend!
Pstoor Immens was in 1959 nog pastoor van de O.L.Vrouweparochie en werd korte tijd later opgevolgd door Pastoor Raken.
Eén ochtend in de week was er een schoolmis voor de St. Jan A. Vaak begonnen wij de dienst met het lied: "Zie hier voor Uw Majesteit, geknield de kinderschaar". Ja, er werd gezongen bij het leven, want daags tevoren mocht ik altijd met de hele school oefenen in de gymnastiekzaal.
Later zijn we begonnen met het zingen van de bekende psalmen van Gelineau.
Al schrijvend komen er steeds meer herinneringen naar boven en het zou bijna te ver voeren om alles op papier te zetten.
Maar enkele zaken wil ik toch nog vermelden.
In het gebouw aan de andere kant van de gymzaal (waar nu de Centrale Administratie huist) zat vroeger de Mariaschool.
's Morgens in alle vroegte zag je twee nonnetjes die daar werkten de speelplaats schoon vegen. Eén van hen was Zuster Gothardis, het hoofd van de meisjesschool. We hadden over en weer een goed, doch geen uitbundig contact!
Jammer, want als jonge onderwijzer wilde je best eens wat nader kennismaken met de "gewone jufs" die daar ook werkten. Ons hoofd, Jan Duivelshof, daar moet ik toch nog iets meer van vertellen. Op maandagmorgen stond hij dikwijls ergens in de gang of bij de deur met zijn zakagenda in de hand.
Als er iets bijzonders was in de nieuwe week, dan werd dat nog eens meegedeeld, zodat iedereen wist waar hij aan toe was en toch maar vooral niets vergat.
best onderwijs
Aan het begin van elke schooltijd luidde hij de bel, dit wil zeggen: "de eerste bel", waarop alle kinderen in de rij moesten gaan staan.
Wanneer dan de "tweede bel" ging, moest iedereen muisstil zijn. Pas daarna gingen we naar binnen. Dit systeem werkte perfekt, want het was binnen in het gebouw werkelijk stil als je met de lessen begon. Dan kon er flink gewerkt worden.
En gewerkt werd er!! De kinderen in de zesde klas leerden enorm veel. Jan Duivelshof ging er trots op dat door hem afgeleverde leerlingen het in het voortgezet onderwijs goed deden. De speelplaats had van ons hoofd ook de voortdurende aandacht en zorg. De hele buurt wist dat. Jongens werden er telkens op uitgestuurd om alle prulletjes en andere troep te verwijderen. Het zag er dan ook altijd even keurig uit. Dat nauwkeurig werken hoorde bij Jan Duivelshof.
Vandaar dat op zijn school alle zaken prima waren geregeld. Soms wilde hij het al te goed doen en dan merkte hij wel eens dat dit op een school niet altijd lukt. Hij kon daarover dan teleurgesteld zijn en dat greep hem soms al te sterk aan. Ik meen te mogen zeggen dat hij ontzettend hard werkte voor zijn school en zijn leerkrachten. Hij heeft tijdens zijn hoofdschap een duidelijk stempel op de St. Janschool gedrukt en mede daardoor kon die school worden tot wat ze nu is. En thans viert deze school feest. 50 jaar St. Jan, dat is niet gering!! Graag wens ik het Bestuur van de Dr. Schaepmanstichting, de ouders, de kinderen en het team van de St. Janschool geluk met deze mijlpaal. Het allerbeste voor de toekomst.
Jan Woertman.
pagina's 31 en 32
Van 1 maal in de 12 maanden tot 12 maal in 1 maand
Deze gedachte schoot me te binnen toen ik de schriften in mijn handen nam, waarin vroegere verslagen van schoolvergaderingen staan opgetekend. Ze staan er allemaal in, in jaarvolgorde . . . . want men vergaderde vroeger maar éénmaal per jaar.
Het oudste schrift begint met een verslag van een vergadering, die werd gehouden op 20 juli 1947.
De volgende vergadering was 19 juli 1948. De daarop volgende was 19 juli 1949. Zo gaat het door tot 1952.
wel of niet vaker vergaderen
In het verslag van de vergadering van 15 juli 1952 is het volgende te lezen:
"Mijnheer A (laten we hem zo noemen. red.) stelde voor om om de twee maand (!) een schoolvergadering te houden en dan zal één telkens een vak gaan inleiden en nader onder de loupe nemen. Leerkracht B. ziet er niet veel heil in en ook mijnheer C., die wel meent dat we bij moeten blijven,
kan 't nut er niet direct van inzien. Enkelen menen met tijdschriften voldoende op de hoogte te kunnen blijven.
De heer Roelofs sloot hierna de bijeenkomst met de chr. groet".
Het voorstel haalde het niet: de volgende vergadering was 13 juli 1953. Zo gaat dat door tot 1959.
Twaalf jaren lang slechts één maal per jaar een vergadering. <BR
> Wat een rust, op dat punt, in het schoolleven.
Na 1959 werd de frequentie van vergaderen hoger.
Eerst om de drie maanden en nu in deze tijd komt het voor dat we 12 keer en soms meer vergaderen in één maand.
Als ik de "vergaderdichtheid" van maart 1982 bekijk tot nu toe (dit stukje is geschreven op 22 maart) kom ik tot de volgende "indrukwekkende" lijst:
maandag 1 maart: - Hoofdenvergadering.dinsdag 2 maart: - Teamvergadering. Lopende zaken.donderdag 4 maart: - Bouwvergadering.- Vergadering Feestcomité 50 jaar.maandag 8 maart: - Vergadering, samen met de Kleuterschool en de S.B.D. over het Schoolwerkplan (S.W.P.)- Inhaalvergadering.dinsdag 9 maart: - Vergadering met de pastor over het lopende Katecheseprojekt.woensdag 10 maart: - Vergadering op de S.B.D. over het Activeringsjaar 82/83, waar onze school aan deelneemt.donderdag 11 maart: - Vergadering met de Ouderraad. - Vergadering Feestcomitémaandag 15 maart: - Vergadering, samen met de Kleuterschool en de S.B.D. over het S.W.P.dinsdag 16 maart: - Gezinsmisvergadering. - Bespreking commissie Jubileumboekjewoensdag 17 maart: - Vergadering Commissie Basisonderwijs - Bijeenkomst leerkrachten 4e klas Projekt "De boer op".dinsdag 23 maart: - Bijeenkomst over de Medezeggings-schapsraad, samen met de Ouderraad.donderdag 25 maart: - Bouwvergadering. - Vergadering Feestcomité.
Ik houd er maar mee op. De maand maart is nog niet ten einde en vóór 31 maart kunnen er best nog wel een paar vergaderingen bij komen.
Het zijn allemaal besprekingen, vergaderingen waar het schoolteam, geheel of gedeeltelijk, aan deelneemt.
mappen vol vergaderstukken
Als je er goed over gaat nadenken, moet je misschien wel zeggen: "Gekkenwerk, al die vergaderingen".
Honderden verslagen hebben we onderhand. We hebben ze allemaal verzameld.
't Kan niet eens meer in een schrift, zoals vroeger.
Nee, dikke mappen zijn 't geworden, die bol staan van theorieën, ideeën, suggesties, plannen of noem maar op . . . . Allemaal goed voor het Onderwijs, goed voor het kind . . . .
We leven in een turbulent wereldje.
Het ene is nog niet verwerkt of het andere dient zich al weer aan.
We vergaderen erover, benoemen een commissie en een sub?commissie; we maken deelplannen of praatpapieren, evalueren zetten alles netjes op papier, doen het in het archief en we zeggen: 'Vooruit . . . . de volgende zaak.
Vroeger was een vergadering een plechtigheid, die begon met de groet: "Geloofd zij Jezus Christus".
Men ging bezig in Gods naam. Vandaag kunnen we, na eindeloos vergaderen, soms alleen nog maar verzuchten: "Waar zijn we in Gods naam mee bezig?"
Indrukwekkende mappen, vol gewichtige papieren, maar veelal leiden die gewichtige papieren een geheel eigen leventje. De man of de vrouw vóór de klas, met zijn of haar bezieling, maakt uit of het Onderwijs slaagt of niet.
In het menselijk contact tussen kind en onderwijzer wordt het ware onderwijs geboren.
Dat was vroeger zo en dat is, gelukkig, nog steeds zo.
En zolang dat nog maar blijft, moeten we al die vergaderingen maar op de koop toenemen. Zo lang er nog kinderen zijn, is er hoop.
L.F.H. Beerends.
De heer Roelofs, 30 jaar hoofd van de St. Janschooi.
De heer Roelofs behaalde in 1911 op 18-jarige leeftijd de onderwijzersakte en werd toen benoemd als onderwijzer in zijn geboortedorp Rossum.
Gedurende de 10 jaar dat hij daar werkzaam was, behaalde hij de hoofdakte en de akte landbouw.
Daarna was hij ruim zeven jaar hoofd van de school in Hasselo.
Op 1 november 1928 werd hij benoemd als hoofd van de eerste R.K.School in de O.L. Vrouwe Parochie.
Daar begon hij in de Patronaatszaal van de St. Bernardusschool aan de Steynstraat met 92 leerlingen.
Het duurde toen nog ruim twee jaar voordat de heer Roelofs een eigen school aan de Oude Postweg kon betrekken.
Op 1 januari 1930 werd de school officieel in gebruik genomen. Klassen van tussen 50 en 60 leerlingen waren heel gewoon.
landbouwonderwijzer
Behalve hoofd van de St. Jan was hij ook nog landbouwonderwijzer.
Op zijn fiets trok hij er 's avonds op uit om de plattelandsjongeren de nodige kennis bij te brengen.
Hij ging onder anderen naar Oldenzaal, Weerselo, Deurningen, Hasselo, Hengelo, Azelo, Delden, Goor, Beckum, Boekelo, Bentelo en Twekkelo.
Daarnaast was hij nog met hart en ziel Vincentiaan, koorzanger van de O.L.Vrouwekerk, lid van het parochiëel armbestuur en secretaris van het Wit-Gele Kruis.
Hij was een rustige man, die zijn gedachten wel overwogen aan ons, zijn personeel over wist te brengen.
Een man ook, die naar anderen kon luisteren. Een stille werker, die het liefst wat op de achtergrond bleef.
Als hoofd van de St. Jan kende hij als geen ander de toestanden in de Noork en velen in de O.L. Vrouweparochie hebben dan ook kunnen profiteren van zijn gaven van hart en verstand.
In 1958 ging de heer Roelofs op 65-jarige leeftijd met pensioen.
In de gymnastiekzaal werd afscheid van hem genomen.
Na een toespraak van pastoor Immens, sprak de heer Lindeman, z.g. als tolk van het personeel, het scheidende hoofd toe.
Hij wees er op dat voor de heer Roelofs de dag was aangebroken, waarop het eindrapport wordt uitgereikt. "Net als iedere leerling zult u wel in spanning hebben gezeten of u geslaagd bent of niet aldus de spreker.
U hebt er meer dan dertig jaar over gedaan. U verlaat de school met een uitstekende puntenlijst.
De heer Lindeman schetste verder op geestige wijze zijn kwaliteiten en bracht hem dank voor het vele goede dat hij had verricht in het belang van de kinderen en het onderwijzend personeel.
Roelofs dè man van de St. Jan.
Pagina's 47 en 48
Impressies van leerlingen
U weet waarschijnlijk wel dat we dit jaar het 50jarig bestaan van de St. Janschool vieren.
Eigenlijk moest het 2 jaar geleden al worden gevierd, maar we moesten eerst toestemming uit Den Haag krijgen om de school te renoveren.
En eindelijk " 2 jaar later " mocht het. Eerst moesten verschillende klassen verhuizen.
Wij (de zesde dus) moesten naar de 4e klas en de 4e ging naar de zolder.
In plaats van de oude plafonds (vol barsten) kwamen nu houten planken.
Het was wel even wennen toen we ineens in een klas met een heel plafond zaten.
Nadat er weer wat klassen hadden gewisseld, gingen de mensen aan de gang met de muren en de deuren.
Toen we voor hei eerst weer in het vernieuwde lokaal zaten, vonden verschillende kinderen het niet zo denderend, anderen wel.
Ook de gangen zijn opgeknapt. De w.c.'s en de wasbakken zijn nu ook stukken mooier.
Als het goed is komt er ook nog vloerbedekking in de lokalen. Als dat eindelijk klaar is kunnen we beginnen met het feest.
Veel plezier!
Leonie Welberg
We willen iets schrijven over wat we zoal in onze vrije tijd doen en wat onze hobby's zijn.
Vrije tijd: Irma: "Ik ga vaak naar mijn oma omdat ze vaak alleen is.
Als mijn oma niet thuis is neem ik vaak liedjes op van de radio of ik ga een cassettebandje afluisteren.
Ik zit ook bij de gidsen (dat is de Cuneragroep van de scouting wat vroeger de padvinderij was).
Van 's woensdagsavonds half 7 tot 8 uur. We doen er allerlei leuke dingen, zoals spelletjes, speurtochten, knutselen, bakken (pannekoeken, poffertjes, oliebollen, enzovoort.)
Soms moet je in je vrije tijd een proefwerk leren! Dat vind ik vreselijk!! Vrijetijdsverspilling !!!
Petra: Ik ben thuis wel eens aan het tekenen. Dat vind ik leuk werk.
Ik neem ook wel eens liedjes over op een cassettebandje van Irma.
Als ik een middag niets te doen heb, ga ik naar mijn vriendin Karin, die al heel lang ziek is.
In het weekend ga ik wel eens met mijn vader en moeder naar de stad.
Dat vind ik erg gezellig, of we gaan zomaar wat wandelen. Ik zit ook bij de gidsen en dat vind ik erg leuk.
Ik zou er niet graag meer afwillen. Daar heb ik erg veel lol met Irma.
Vooral toen we poffertjes aan 't bakken waren. De poffertjes van Irma werden tot onze grote schrik heel erg zwart!
We gaan wel eens op kamp met de hele groep. In de zomer een hele week.
En tweemaal in het jaar een weekend. En wat dat proefwerkleren betreft: dat is best wel leuk!
Dat is dan voor mij helemaal geen tijdverspilling!!! Mijn hobby's zijn: lezen, schaatsen, zwemmen Abba-plaatjes, postzegels en stickers verzamelen, tekenen en kruiswoordpuzzels oplossen.
Irma: Mijn hobby's zijn lezen, schaatsen, Dallas-plaatjes, pop-plaatjes, stickers en make-up sparen, liedjes opnemen en kranten rondbrengen.
Petra's moeder zat ook op deze school, die vroeger de Mariaschool heette.
Ze heeft ook bij de padvinders gezeten. Daar moesten ze heel lange kousen aan hebben.
In de zomer werd haar moeder dat te heet en heeft ze sokjes aangedaan. Ze werd meteen weggestuurd!!
Belachelijk !!!
Irma en Petra.
Wie zijn we? Wij zijn Mark en Henk.
Wij zijn beiden 12 jaar jong. Wij zitten samen op de St. Janschool zesde klas.
De BOVO hebben we pas achter de rug; dat was flink balen.
Daar praten we nu niet over, we wilden het nu hebben over onze hobby's.
Henk gaat ons nu wat vertellen over zijn hobby's, onder anderen: drummen, crossen, invalidenwagens repareren en gymnastieken.
Mijn crossfiets ligt in de prak. Ik spaar nu voor een nieuwe, die kost ongeveer fl. 400,-.
Met drummen red ik me ook wel. Met gym heb ik pas een uitvoering gehad.
Mark: Mijn hobby's zijn trompetspelen,crossen munten sparen en technisch lego sparen.
Trompet spelen doe ik via de Eendracht.
Het loopt wel mooi en ik heb het moeilijkste gehad maar ik moet er nog wel aan.
En ik heb net als Henk de crossfiets in elkaar zitten.
En met munten heb ik ook goed wat bij elkaar. Nou moeten we er mee stoppen. Misschien tot ziens. Doeg.
Mark en Henk